Open Tuin

Verbindende schakel
Het blijft iedere keer weer een verrassing. Zo nu en dan, meestal in alle vroegte als we aan de thee zitten, duikt plots een koppeltje reeën op aan
het einde van het vruchtboomlaantje. Schichtig nemen zij een paar slokken water uit de grote vijver. Het duurt maar even, het geritsel van de krant
is voor de dieren al het sein om de bescherming van het eikenbos weer op te zoeken.

De tuin van Sela ligt aan de noordoostkant half verscholen tegen de rand van het Drents Friese Woud. Aan de andere zijde schermt de Engelse
tuinmuur van rood baksteen de weidsheid van het buitengebied af. Op een paar plekken hebben we de monumentale beschutting onderbroken voor
een doorkijkje in de verte. Zo vormt de tuin de verbindende schakel tussen het open land en de beslotenheid van het bos.


 

 

Oude tuin
De tuin is in alle betekenissen van het woord gegroeid. In 1979 was de omvang nog bescheiden maar door grondaankopen beslaat het
geheel vandaag de dag 5000 vierkante meter. Wij spreken dan ook over ‘de oude tuin' en ‘de nieuwe tuin' om de plaats
van een bepaalde boom, bloem of kruid te duiden.

De oude tuin is een mengeling van de Engelse cottagestijl en meer formele Franse symmetrie. Kleurrijke bloemenborders en slingerende
heesterpartijen worden doorsneden door rechte zichtlijnen langs hagen en vruchtbomen. Knusse hoekjes ontstaan zonder dat het
ruimtelijke effect verloren gaat. De eigen sfeer van de tuin loopt natuurlijk over in de ongereptheid van het Drents Friese Woud.

 

. . . . .

 

Nieuwe tuin
Het verhoogde hofje in de oude tuin, omzoomd door de rode beukenhaag, was in 1990 het podium voor het eerst tuinconcert.
Liederen van Schubert en Mozart wedijverden met de vogels en het geruis van de wind. Het leidde tot een traditie, die in de
zomer van 2005 met de vijftiende keer haar bekroning heeft gekregen met de uitvoering van de lichtvoetige opera's Repelsteeltje en Hans en Grietje.


Het muziekspektakel en de zondagmiddagconcertjes vinden inmiddels al weer een paar jaar plaats in de nieuwe tuin,
waar in de luwte van het bos een klein openluchttheater ligt. Een flinke waterplas vormt het natuurlijke decor voor de voorstellingen.
Aan de overkant van de vijver is het heerlijk toeven op het ommuurde terras van natuursteen. Ook als er geen muziek klinkt, want dan nemen de
uitheemse bewoners van de Victoriaanse volière het moeiteloos over.


De nieuwe tuin heeft verschillende bodemtypen die een variëteit aan siergrassen en wilde bloemen tonen. Achter de uitbundige borders ligt
een verdiepte kas voor eigen kweek. De gemetselde muren en pilaren van de nieuwe tuin verlengen het lijnenspel van de bladhagen in het oude gedeelte.
Bijzondere boomsoorten accentueren de markante plekken.

 

. . . . .

 

 

Open tuin
Sela betekent rust in de muziek en in de bijbel. Ik, Ingrid Cornelisse, vond het een toepasselijk naam voor mijn tuin en ontwerpbureau.
Ik nodig bezoekers uit om de rust in mijn tuin te ervaren. Vanaf het voorjaar houd ik op afspraak ‘open tuin'. Bezoekers zijn de hele dag welkom om rond te dwalen. Ongestoord of, als u daar prijs op stelt, met uitleg van mij.

Een entreekaartje kost € 2.50

 

 
 

 

Tuincolumn
een rubriek over planten in de Selatuinen

 

 

Grootmoeders oorbel

 

 

 

 

 

Sommige planten spreken alleen al tot de verbeelding door de naam. Grootmoeders oorbel, degene die de struik heeft benoemd moet dezelfde oma hebben gehad als ik. Een echte oma, met opgestoken haar en van die lange bungelende oorbellen.
Overigens droeg mijn moeder ook nog van die oorbellen: lange met bovenaan een grote opvallende steen of kraal en dan opvolgend naar beneden steeds kleinere. Als ze haar hoofd boog dan bewogen de steentjes wiebelend mee. Mijn oma had ze nog met parels, die weerspiegelden zo’n zachte glans.
De halfheester Leycesteria hangt vol met gelijksoortige ‘oorbellen’. Eerst zijn er de bloemen, lange witte overhangende aren, van wel 8 tot 10 cm. Na de bloei vallen ze eraf, maar de donkerrode schutbladen blijven zitten. Een mooie omlijsting voor de bessen die vervolgens opkomen. Donkerrode bessen die later zwart worden, en ziedaar de oorbel is compleet! Net als bij oma en mijn moeder wiebelen ze als de struik in de wind beweegt.
De Leycesteria heeft nog meer Nederlandse namen zoals de Karamel- of Fazantenbes. Logisch als je bedenkt dat de bessen het lievelingsvoedsel zijn van die vogels, in Engeland planten ze Leycesteria speciaal voor de fazanten. Misschien houden fazanten ook wel van toffees,  de geur en de smaak van de bessen roepen namelijk herinneringen op aan die ouderwetse snoepjes.
Toffees doen me weer denken aan mijn oma, zij had de karamellekkernijen in een trommeltje bovenop het dressoir staan en als we na het buiten spelen binnenkwamen mochten we er eentje uitnemen. Als ik nu de diep donkerrode, bijna zwarte bessen van de Grootmoeders oorbel bekijk, zie haar zo weer staan met het uitgestoken trommeltje in de hand. Een lekker geurende grootmoeder.
De Leycesteria is wel wat vorstgevoelig. Even in de gaten houden, verder is hij ijzersterk en komt zonder noemenswaardige problemen elk voorjaar weer met alle kracht omhoog. De stevige stengels hebben een blauwachtige glans en zijn hol van binnen, je schijnt er een leuk fluitje van te kunnen maken. Ik weet niet of er nog kinderen zijn die daar aardigheid in hebben, het is een nostalgische bezigheid, maar ik vind het wel passen bij de Leycesteria formosa.
Oude tijden kunnen echter ook herleven met de vrij nieuwe variëteit ‘Golden Lanterns’. Frisse gele bladeren die saaie heesterborders doen opfleuren en prachtig harmoniëren met mijn grootmoeders oorbellen.